Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen

donderdag 30 juni 2016

De puzzel der puzzels

Het is de vooravond van juli, en dat betekent dat de mooiste weken van het jaar voor de deur staan: de Tour de France barst weer los! Ik verheug me al tijden (om en nabij de 49 weken, zeg maar) op de eindeloze middagen Franse landschappen op tv, met daarin een dicht opeengepakt peloton wielrenners dat de ene kilometer na de andere onder de wielen door ziet gaan. Ik kijk ernaar uit de klassementen weer bij te houden, te zien hoe de rangschikking van een secondespel in een slagveld verandert als het hooggebergte eenmaal wordt aangedaan. Ook heb ik weer zin om allerhande clichés en trivia naar de tv te roepen — “De achterdeur staat wagenwijd open!” “Tom Dumoulin, overigens géén familie van Samuel Dumoulin! Net zoals Daniel Martin géén familie is van Tony Martin, en Sam Bennett en George Bennett níet verwant zijn aan elkaar! Gorka Izagirre en Jon Izagirre dan weer wel, dat zijn broers! Oh, en wist je dat voor Française des Jeux zowel een Pinot als een Pineau rijdt?!). Maar om optimaal van deze heerlijke weken te genieten moet er één monsterklus vooraf geklaard worden: de puzzel der puzzels dient gelegd te worden.

De puzzel der puzzels? Jazeker. Sinds een aantal jaar doe ik mee aan de Tour Toto van de Trouw redactie. Het systeem is simpel: je krijgt een overzicht van alle ploegen, met per ploeg de renners genummerd van 1 (de kopman) tot en met 9. Je stelt nu een eigen ploeg samen waarbij je voor elke positie één renner selecteert — en als nr. 10 mag je een extra kopman kiezen. Uit elke ploeg mag je maximaal één renner selecteren. Dit betekent dat wanneer je Froome (nr. 1, Sky) selecteert, je automatisch niet meer voor andere Sky-renners mag kiezen zoals bijvoorbeeld Poels (nr. 6, Sky). En als je Poels wel op je lijst zet (en Froome dus niet opneemt), dan zijn andere nummers 6 als Majka (nr. 6, Tinkoff), Nibali (nr. 6, Astana) en Langeveld (nr. 6, Cannondale) ineens verboden terrein.

De dagen voorafgaand aan le Grand Départ ben ik dus druk met deze puzzel der puzzels. Ik maak ontelbare afwegingen: kies ik op nr. 4 voor Daniel Martin of toch voor Dumoulin? Of wil ik toch Kittel als één van mijn twee kopmannen, waardoor Martin onbereikbaar wordt? Maar ja, zal Dumoulin wel voor veel punten zorgen of zal hij meer op de achtergrond treden omdat zijn focus nu bij de Olympische Spelen ligt? Wat zei hij nou laatst in een interview daarover? En hoeveel punten zal Kittel nu helemaal opleveren — zijn er wel zoveel sprintetappes waarin hij toe kan slaan? En op de nr. 3 loop ik inmiddels behoorlijk vast… Nederlands kampioen Groenewegen is geen optie meer sinds ik eerder vandaag las dat hij last van buikgriep heeft. Durbridge dan maar? De nr. 18 van Parijs-Roubaix, en vrij recent nog als derde geëindigd in de eerste etappe van de Ronde van Zwitserland? Dat zijn nou ook geen palmares om echt op af te gaan. Je merkt het al: hoe langer ik puzzel, hoe meer vraagtekens er ontstaan.

Maar het is weer gelukt! Ook dit jaar heb ik een uitgebalanceerd team dat kan klimmen, sprinten, en aanvallen. Zodoende heb ik in elke etappe belang en heb ik een vat vol trivia om uit te tappen als de tv eenmaal aanstaat en de geschoren mannenbenen voorbij schieten — “Navardauskas! Die zit in mijn team! Dit jaar nog 41e in Milaan-San Remo. Een zekerheidje dus. Hup Ramūnas!”.

Voor de liefhebber: hieronder mijn team. Behalve eerder behaalde resultaten (allesbehalve een garantie) laat ik ook altijd meespelen of ik de renner in kwestie leuk vind en neem ik, heerlijk chauvinistisch, ook altijd minimaal één Nederlander mee. Daarnaast is het natuurlijk de sport om één of meerdere verrassende namen op je lijst te zetten, zodat jij al enige (of tenminste als één van de weinigen) de punten van die dag pakt, mocht jouw renner verrassen. De naamgever van de ploeg, Ted King, doet helaas zelf niet mee dit jaar. (Overigens géén familie van Ben King! Die dit jaar ook niet op de deelnemerslijst staat!)

Team TED KING
1 Froome SKY
2 Albasini ORC
3 Degenkolb GIA
4 Lindeman LOJ
5 Gallopin LOT
6 Majka TIN
7 Navardauskas CAN
8 Pozzovivo AG2
9 Van Avermaet BMC
10 Kittel QST

En samen met Peter doe ik nog mee met de volgende selectie:

Team SKYFALL
1 Quintana MOV
2 Cancellara TRE
3 Boasson Hagen DIM
4 Dumoulin GIA
5 Tony Martin QST
6 Poels SKY
7 Sagan TIN
8 L.L. Sanchez AST
9 Van Avermaet BMC
10 Pinot FDJ

Flink wat namen om de komende weken op te letten dus. En dat betekent dat de hectiek niet alleen losbarst in het circus dat de Tour heet, maar ook bij mij thuis. Niet alleen moet ik dagelijks alle uitslagen en klassementen bijhouden, ook moet ik via allerlei kanalen up to date blijven wat betreft de gezondheid van mijn paradepaardjes. Zijn de renners nog fit? Zien ze kansen in de komende etappe(s)? Gaan ze Parijs überhaupt halen? (Voor elke renner die Parijs haalt, krijg je een bonus in de toto). Ik maak me op voor drie weken topsport — zowel in Frankrijk als thuis op de bank.

woensdag 25 februari 2015

Onze Thomas Dekker

Vorig jaar oktober schreef ik over het werelduurrecord van wielrenner Matthias Brändle. Inmiddels is dat record gedateerd: nieuwe houder is Rohan Dennis die de 52km-grens passeerde en voorlopig te boek staat als recordhouder. Voorlopig, want vanavond (Nederlandse tijd) is het de beurt aan Thomas Dekker een aanval te doen op het uurrecord.

Thomas Dekker, onze Thomas Dekker! “Our Thomas Dekker” is niet voor niets de naam van zijn instagramaccount, want Thomas is van ons allemaal. Thomas is publiek bezit: hij leeft in en van de schijnwerpers. We kennen hem en we hebben allemaal een mening over hem. En dat is bij Thomas, die niet in een hokje te plaatsen valt, meer dan bij zijn collega-topsporters.

Want we houden van hem en we haten hem, we vermaken ons om hem en we ergeren ons aan hem, we veroordelen hem en we vergeven hem weer. En Thomas? Thomas wentelt zich daarin. Thomas vindt het heerlijk om onderwerp van gesprek te zijn. Zonder aandacht geen Thomas Dekker.

Zijn voorbereiding voor het werelduurrecord heeft hij dan ook uitgebreid gedocumenteerd en op de social media gegooid. Inclusief hippe filmpjes waarbij Thomas de ene keer van links, dan weer van rechts gefilmd wordt en bedachtzaam zijn zegje doet, afgewisseld met sfeervolle zwartwitbeelden, voorzien van wat minimalistische muziek en een tikkende klok aan het einde. “Want eigenlijk rij je gewoon dingen in je lichaam kapot, natuurlijk”, aldus onze Thomas, voor hij een dramatische stilte laat vallen.

Close-ups van zijn custom-made fiets en dito pakje en helm, een blits logo dat afgelopen maanden een aantal keer aangepast is (het kan nóg blitser) boven aan zijn twitteraccount (The Official Twitter Account of Thomas Dekker — Record Hunter), alles ziet er gelikt en verzorgd uit. Die jongen heeft nota bene een filmpje gepost waarin hij naar een hipster-kapperszaak gaat om zijn baard te laten scheren!

“Randzaken hebben toch vaak de boventoon gevoerd,” zegt onze Thomas in één van zijn filmpjes wanneer hij het over carrière van de afgelopen jaren heeft. “Dat is met dit helemaal weg”. Ik hoop het, Thomas. Ik hoop echt dat alle gelikte filmpjes en geposeerde foto’s geen randzaken zijn geweest, maar voorwaarden voor een goed verloop vanavond. Net als het speciaal ontworpen fietspak en de helm waar spidermanmotieven op geschilderd zijn. Als spidey jou helpt om sneller te rijden, laat ze dan die hele wielerbaan in Aguascalientes in spidermanthema schilderen, laat alleen publiek toe dat een spidermanpak draagt, zorg dat het hotel waar je slaapt je bed opmaakt met een spidermandekbed en dito hoofdkussen. Kan me niet schelen.

Want Thomas, je bent ook een beetje van mij. En net als iedereen haat ik je en hou ik van je, vermaak je me en irriteer je me, veroordeel ik je en vergeef ik je. Afgelopen maanden heb ik je voorbereiding op de voet gevolgd, van het kappersbezoek tot de dramatische oneliners tot de testrondjes op de baan. De geliktheid en de aandachttrekkerij irriteerden me en tegelijk smulde ik ervan. “Randzaken”, foeterde ik. “Voorwaarden”, knikte ik begrijpend. Mijn haat-liefde verhouding met jou heeft me nog nooit zo heftig heen en weer geslingerd. Ik ben nu redelijk stabiel: een combinatie van geamuseerdheid met wat ergernis om al die publiciteit vooraf — ik heb daar wel genoeg van gezien, laat nu je benen maar spreken. Thomas, zorg alsjeblieft dat je dat record vanavond verpulvert. Een uur lang knallen zoals je nog nooit gedaan hebt. Kan heel Nederland daarna weer van je houden en je in de armen sluiten. Onze Thomas Dekker.


Update

Net niet gehaald. 52.221 meter, één rondje te weinig. En hij is nog tevreden ook, met de poging. Hoe is het mogelijk?! Hij heeft het toch gewoon niet gehaald? Hij had uit woede en teleurstelling dat hele Aquascalientes moeten verbouwen. Wat nou tevreden? Maandenlang getraind om recordhouder te worden, mission failed, Thomas Dekker staat met lege handen. Als ik het breder mag trekken: dit is een typisch Nederlands fenomeen. Nederlanders zijn gewoon geen winnaars. Hetzelfde met voetbal: als een Nederlandse club in de Champions League weer eens een voorsprong in de laatste minuten weggeeft, hoor je na afloop alleen maar trotse spelers, die toch wel zo lang stand hebben gehouden. Hoezo! Je hebt gewoon verloren! Ik kan me hier kwaad om maken. En ja, ik haat Thomas Dekker op dit moment. Vanwege die misplaatste tevredenheid van hem. Ongetwijfeld gaat hij van zijn verloren race nog wat dramatische, gelikte filmpjes monteren. Nou, niet voor mij hoor, ik hoef ze echt niet te zien. Of, nou ja... Laat ik daar niet te stellig in zijn.

donderdag 30 oktober 2014

Ronde na ronde na ronde

Op moment van schrijven rijdt Matthias Brändle, een Oostenrijkse wielrenner, al 24:28 minuten lang rondjes op een wielerpiste van 200 meter in het Zwitserse Aigle. Hij wil 100 omwentelingen per minuut maken. Als dit lukt, zal hij een afstand afleggen van 53 kilometer en nog wat. Dat is ruim meer dan de 51.115 meter die Jens Voigt op 18 september van dit jaar noteerde. Als het Brändle lukt een nieuwe te kloppen afstand neer te zetten (daar ziet het nu wel naar uit), zal ook zijn record waarschijnlijk niet lang staan. Hardrijder Bradley Wiggins speelt al langer met het idee het werelduurrecord aan te vallen, en heeft nu gezegd “ergens in 2015” hiervoor zijn fiets uit de schuur te willen halen.

Het is duidelijk: het werelduurrecord draait om cijfers, cijfers, en nog eens cijfers. Tijd, afstand, gemiddelde snelheid, omwentelingen, verzet... Meer dan ooit is de mens een machine, een motor die een uur lang op volle toeren moet draaien. Om vervolgens op harde cijfers afgerekend te worden. Is het voldoende voor een record?

Het eerste wat bij mij opkwam was wat een enorme mentale uitdaging dit moet zijn. Een uur lang zo hard mogelijk fietsen, ronde na ronde na ronde na ronde na ronde en dan nog minstens 260 keer. Vreselijk! Het enige wat je ziet is de zwarte lijn waar je zo dicht mogelijk langs moet rijden. Bochten en korte stukjes rechtuit wisselen zich zo snel af, dat ik na een kwartier duizelig van de fiets zou vallen. De verzuring in je benen wordt per ronde heviger, je moet je aerodynamische houding vasthouden, hoe stram en pijnlijk je bovenlichaam op een gegeven moment ook voelt. De minuten kruipen voorbij: “The longest hour”, noemen ze het ook wel.

Voor de kijker daarentegen is het zeer ontspannend om naar te kijken. Met name het begin is haast meditatief. De renner rijdt zijn rondjes (ronde na ronde na ronde na ronde), af en toe onderbroken door een interviewtje met een fan (“veel vertrouwen in hem”), mecanicien (“de fiets is optimaal afgesteld”), of een reclameblok. Naarmate de tijd vordert wordt het een klein beetje spannender. De prognoses worden naar onderen bijgesteld. De gemiddelde snelheid zwakt wat af. Zal hij het houden?

Het antwoord: ja. Het lukt Brändle het record van “der Jens” Voigt te breken. Met een afstand van 51.850 meter heeft hij ruim 700 meter méér afgelegd dan de 43-jarige Duitser. Toch zeker een verbetering van 1,4%. “Toch net niet de 52-kilometergrens gehaald”, merkt de commentator toonloos op. “Dat zou toch mooier staan, he?”

Echte euforie is er niet; noch bij Brändle, noch bij het publiek. Misschien omdat er geen tegenstander in persoon was — Brändle vocht tegen zichzelf en, meer nog, tegen de cijfers. Misschien ook omdat iedereen zich net iets te goed beseft dat het record waarschijnlijk niet lang zal blijven staan.

Maar wat zou het: aan het einde van de rit mag Brändle zich recordhouder noemen, zal Voigt hier ook echt niet wakker om liggen — zijn afscheid is allang geweest —, heeft de sponsor van Brändles ploeg de nodige publiciteit gehad, en heeft de kijker een uur lang wielrennen kunnen kijken terwijl het wegseizoen al lang en breed voorbij is. Kortom, een avond met enkel winnaars. Eigenlijk geen klap aan.


Matthias Brändle tijdens het werelduurrecord

zondag 13 juli 2014

Peter Sagan, geweldenaar

Het is weer juli, en dat betekent: Tour de France! Hoezo komkommertijd? Uren en uren televisietijd worden gevuld met live beelden, herhalingen, voorbeschouwingen, nabeschouwingen, interviews met renners, kenners (al dan niet zelfbenoemd), alles. Heerlijk. Om ook mijn steentje bij te dragen aan de enorme overvloed aan tourgerelateerde berichten, vandaag een stuk over één van de smaakmakers van het peloton: Peter Sagan!

Peter Sagan, wat een geweldenaar. 24 jaar oud en al 63 professionele overwinningen op zijn conto, waarvan 4 etappe-overwinningen in de Tour. De afgelopen twee jaar nam hij de groene trui mee naar huis, en ook dit jaar lijkt hij een zekerheid voor het puntenklassement. Na acht etappes staat hij al meer dan honderd punten voor op de nummer twee. Dus hoewel Parijs nog ver is, lijkt het reëel om te zeggen dat als Peter Sagan recht op zijn fiets blijft zitten en geen gekke dingen doet, hij die groene trui ook dit jaar zonder problemen naar zijn thuisland Slowakije fietst.

Het enorme aantal overwinningen toont wel aan dat Sagan een veelvraat is. Hij wil alles winnen wat los en vast zit. In de finale van een etappe kan hij zich dan ook vaak niet beheersen: hoewel hij een enorm sterke eindsprint heeft, versnelt hij vaak al eerder. Niet altijd even slim, maar Sagan is nu eenmaal geen behoudende renner. En ook geen behoudend persoon. Hij is een krachtpatser en een patser, is één en al bravoure en brutaliteit op de fiets én daarbuiten. Tijdens de helse editie van Milaan-San Remo in 2013 bijvoorbeeld, waarbij het peloton een deel van het parcours per bus moest afleggen door de vreselijke weersomstandigheden. “Hey... It's nice caffe break during the race Milan- SanRemo...” twitterde Peter Sagan doodleuk vanuit de bus. Met daarbij een vrolijke foto van hemzelf met een stuk taart. Maar net als op de fiets doet hij niet altijd even slimme dingen: veelbesproken is bijvoorbeeld het ‘billenknijpincident’,waarbij Sagan bij de prijsuitreiking van de Ronde van Vlaanderen 2013 doodleuk in de billen van een rondemiss kneep. Een veelvraat, zoals gezegd.

Er zijn inmiddels bijnamen te over voor de branieschopper uit Slowakije. The Terminator was één van de eerste, tijdens de Tour van 2012 verbasterd tot Tourminator. In de Tour van 2013 noemde Sagan zich graag The Hulk, en reed hij rond op een fiets met een afbeelding van de groene spierbundel erop. En dit jaar? Dit jaar heeft hij zich een kapsel à la Hugh Jackman in de rol van Wolverine aangemeten en noemt hij zich zo. Wolverine dus, niet Hugh Jackman. En ook dit jaar is zijn fiets gecustomized: Wolverine’s ogen kijken je dreigend aan vanaf de horizontale framebuis.

Wheelie boy, zo wordt hij ook wel eens genoemd. Eén van de specialiteiten van Sagan is namelijk de wheelie; hij rijdt tot groot vermaak van het publiek graag stukken op enkel zijn achterwiel. Bij de beklimming van de Alpe d’Huez tijdens een touretappe haalde hij dit kunststukje ook uit, en strooide hij onderwijl handkusjes naar het publiek. Uiteindelijk fietste hij zelfs een stukje helemaal zonder handen, enkel op zijn achterwiel. Bij zijn overwinning in Gent-Wevelgem 2013 en de GP Montréal in datzelfde jaar kwam hij met een wheelie de finishlijn over, maar de leukste manier waarop Sagan een overwinning vierde is wat mij betreft de derde etappe van de Tour de France 2012:

Overigens heeft Youtube nog veel meer filmpjes in de aanbieding van een Sagan die trucjes uithaalt. Een favoriet van me is “Sagan parking his bike”, waarin hij zijn fiets even op het dak van een auto zet:

Inclusief vette knipoog aan het eind. Ja, ik ben Sagan-fan. En ik heb hem met stip op één in mijn Tourtotoploeg gezet en daarbij verheug ik me op wat gekke juichtaferelen, dus hopelijk fietst hij nog één of meer etappezeges bij elkaar deze Tour!



Update: hoewel een etappezege nog altijd op zich laat wachten, heeft Sagan al wel weer de trukendoos opengetrokken deze Tour:

vrijdag 29 november 2013

Tour de France 2015: Grand départ in Utrecht!

Deze week ging dan de kogel door de kerk: in 2015 zal de Tour de France in ons eigen Utrecht starten. Is dat leuk? Ja, dat is super leuk. En we hebben de jackpot te pakken: liefst twee etappes starten op het Jaarbeursplein, en het zijn twee mooie ritten! De eerste etappe, op zaterdag 4 juli, is een individuele tijdrit van 13,7 km door de straten van Utrecht. De tweede etappe zal de binnenstad aandoen, om na een flinke lus door de stad via Leidsche Rijn verder Nederland in te trekken.

De eerste etappe zal meteen een lastige zijn: hoewel de route er op de kaart aardig rechtlijnig uitziet, is het toch aardig wat draai- en keerwerk. Met de snelheden die in een tijdrit behaald worden is dit gegarandeerd een spectaculair begin van de Tour. En: de toeschouwers krijgen de kans alle renners één voor één voorbij te zien komen. Het enige minpuntje wat mij betreft is dat de route niet door de Kanaalstraat voert, dan had ik een gegarandeerde skyboxplek gehad.

Ook de tweede etappe, of in ieder geval het stuk dat gisteren gepresenteerd is, ziet er heel goed uit. De eerste kilometers, die zoals gebruikelijk geneutraliseerd zijn, voeren door de binnenstad en gaan zelfs onder de Dom door. Het peloton zal dus als een soort parade door het centrum trekken, om daarna nog een flinke lus door de rest van Utrecht te maken voordat de renners via Leidsche Rijn in zuidelijke richting de stad verlaten — waarschijnlijk zetten ze koers richting Zeeland, maar dat is nog niet officieel bevestigd.

Kortom, het grootste sportcircus ter wereld is coming into town! Voor de presentatie reisden zo’n zestig man aan organisatie en prominenten na een persconferentie in Parijs per speciale Tour de France-thalys naar Utrecht om ook in Nederland Le Grand Départ van 2015 toe te lichten. De Dom kleurde rood-wit-blauw, een wielrenner daalde via een kabel van de toren af, het was één groot spektakel. Dat belooft wat voor over anderhalf jaar!

Ik herinner me de Giro die in 2010 een etappeaankomst in Utrecht had, dat leefde al enorm. Wekenlang waren winkeletalages roze gekleurd, er waren allerlei aan Italië gerelateerde activiteiten en optredens, er er werd een toerversie van het Utrechtse gedeelte van de etappe georganiseerd, en ga zo maar door. Van het moment dat de wielrenners daadwerkelijk voorbij kwamen herinner ik me vooral dat het erg snel voorbij was; ik kon ook geen enkele zo snel herkennen. Maar goed! In 2015 zijn daar maar liefst twee kansen toe. En ik hoop natuurlijk in het bijzonder één renner eruit te kunnen pikken: Ted King!

zondag 13 oktober 2013

Mooie woorden

Het is even stil geweest op deze site, maar daar is een goede reden voor: het nieuwe boek van Donna Tartt is namelijk verschenen. Ruim twintig jaar na haar debuut De verborgen geschiedenis, waarmee ze in één klap de wereld veroverde (mij incluis), en elf jaar na De kleine vriend, dat zeer hoog scoort op de lijst van boeken die mensen (mij incluis) slechts half uitlezen, heeft Tartt opnieuw een lijvig werk afgeleverd: Het puttertje telt liefst 900 pagina’s, gebundeld tot een vuistdik boek dat in ieder geval letterlijk “zwaar op de hand” is.

Kortom, afgelopen weken heb ik me in mijn spaarzame vrije tijd minder beziggehouden met schrijven en meer met lezen. Maar wie nu een uitgebreide recensie van Het puttertje verwacht, heeft het mis. Ik ben nog niet eens halverwege. Wel kan ik al zeggen dat het een heerlijk boek voor de herfst is: door de uitvoerige stijl van schrijven die we al kenden uit haar twee eerdere werken weet Tartt wederom als geen ander een situatie, een sfeer neer te zetten. In De kleine vriend was dit naar mijn mening veel te ver doorgetrokken, wat tot totale stilstand van het verhaal leidde. Het puttertje gaat ook in een loom tempo; maar met de regen tegen de ramen en de verwarming aan is het heerlijk om in het boek te duiken en opgenomen te worden in de wereld die de woorden van Tartt oproepen.

Voor woorden en uitdrukkingen die een bepaald beeld en een bepaalde sfeer oproepen, heb ik sowieso een groot zwak. Zo wilde ik een tijdje terug eigenlijk een stuk schrijven over de Ronde van Lombardije, de laatste wielerklassieker van het seizoen die vorige week zondag verreden werd. Deze ronde heeft namelijk een prachtige bijnaam: “de koers van de vallende bladeren”. Bij mij komen dan heerlijke beelden boven van een stil, voortrazend peloton over een weg waar her en der herfstbladeren liggen, een bewolkte hemel, misschien af en toe wat miezerregen, maar nog geen echte kou. Het punt is alleen dat ik verder vrij weinig te melden heb over de Ronde van Lombardije: ik heb de wedstrijd nog nooit gezien (heb hem afgelopen zondag ook gemist), ik zou niet weten wie er zoal meedoen en meededen, en ik weet ook niet of de weersverwachting voor Noord-Italië in eind september voldoet aan het beeld dat ik zojuist schetste. Eigenlijk het enige wat ik over de koers kan zeggen, is dat het dankzij de bijnaam mijn favoriete wedstrijd is. Overigens is deze bijnaam letterlijk vertaald wat duisterder: la corsa delle foglie morte, “de koers van de stervende bladeren”. Een positieve uitwerking van de stelregel “vertalen is veranderen”!

(Dat principe heeft me er trouwens niet van weerhouden om Het puttertje in Nederlandse vertaling te lezen; anders zou het volgende volledige artikel hier (dit stukje geklets beschouw ik niet als zodanig) waarschijnlijk pas verschijnen wanneer ik allang met pensioen ben!)

woensdag 28 augustus 2013

De Nederlandse berg

Alpe d’Huez eind augustus. De Tour de France-kermis is allang voorbijgetrokken, het toeristenseizoen loopt op zijn einde. De camping heeft haar snackbar al gesloten, maar het zwembad is nog wel open — er is geen sluitingstijd, want met zo’n dunbevolkte camping is de kans op overlast nihil. In de receptie hangt een Rabobank-wielershirt, met twee foto’s van Laurens ten Dam erbij. Ik informeer of het zijn shirt is, dat daar hangt. Dat blijkt het geval — de camping is de vaste stek van Ten Dam en zijn familie, als ze in de buurt zijn. De ogen van de campingbazin schitteren als ze een van de foto’s pakt en op de balie voor me legt. “Gekregen van zijn vrouw,” vertelt ze trots. “Ze waren hier deze zomer nog, zijn ouders waren er ook. En hij en zijn vrouw hebben een klein kindje nu, dat net kan lopen. Echt een schatje. Kijk, hier staat hij in zijn nieuwe tenue op; dit shirt hier is nog uit de tijd van de vorige sponsor.”

Als ik naar het nabijgelegen dorp loop, zie ik de vervaagde resten van op de weg geschilderde aanmoedigingen. “Bau en Lau” lees ik meerdere keren, over de hele breedte van de weg gekalkt. Stille herinneringen aan een mooie sportzomer. In het dorp zelf is het stil, uitgestorven haast. De supermarkt is lachwekkend groot, met veel kassa’s voor weinig klanten. Ik vraag me af of ze de hagelslag en de appelstroop uit het schap “Produits hollandaises” nog kwijt zullen raken. Nou ja, anders volgend jaar wel. Een groot hangbord geeft aan waar “Mineraalwater en bier” te vinden is. Pas als ik het bord voor een derde keer voorbij loop — er zit logica noch efficiëntie in mijn routes in de supermarkt — valt me de vreemdheid op, van een Nederlandstalig bord in een Franse supermarkt.

Sowieso vind ik het allemaal wat vreemd, zo’n Nederlandse berg in de Franse Alpen. Bij de beklimming rijden we over tientallen aanmoedigingen heen, niet alleen voor de Tourrenners die de berg afgelopen zomer in een etappe twee keer aandeden, maar ook voor deelnemers aan de Alpe HuZes — dat massaevenement waarbij deelnemers proberen op een dag de berg zesmaal op te rijden, om geld in te zamelen voor de kankerbestrijding. “Leonie, voor mama”, lees ik. “Frank Harry Tom Jan Harold HELDEN” staat er verderop onder elkaar. “Koffie met appeltaart” zegt een bord naast de weg. Waar ben ik beland? Ik fiets maar door. Na 21 bochten zijn we dan op de top. Echt ervan genieten doen we niet, aangezien het inmiddels begonnen is met regenen, en het boven op de berg een stuk kouder is dan beneden. Daarnaast heb ik hevige kramp in mijn bilspieren. Wanneer de ergste pijn gezakt is, en we tot de conclusie komen dat het geen zin heeft te wachten tot het droog is, trek ik mijn windjackje aan en zetten we de weg naar beneden in. Tijdens de afdaling over de natte wegen prijs ik mezelf gelukkig dat ik dit niet temidden van duizenden anderen hoef te doen; het is al eng genoeg om met een snelheid van 60 km/uur met verkrampte vingers van de kou en een schuddende fiets van het beven de remmen in te knijpen voor een haarspeldbocht. Na een aantal kilometer wordt het gelukkig aangenamer. De wegen zijn droog, de lucht voelt warmer aan. Ik tril niet langer, maar krijg het plezier in het dalen weer terug. Snelheid maken op de plekken waar je overzicht hebt, bijremmen bij het aanzien van een bocht, opletten of er geen tegenliggers aan komen, de ideale lijn bepalen en inzetten, remmen los en weer verder suizen.

Dat was gisteren, vandaag houden we een rustdag. Sebastiaan wilde wat voor zijn werk doen, ik heb mezelf bij het zwembad geïnstalleerd. Er heerst een heerlijke rust; gedurende de uren dat ik hier zit, zijn er tussen de twee en tien andere gasten. Genoeg om je niet verlaten te voelen, te weinig om het druk te noemen. Bovendien zit iedereen aan de linkerkant van het bad, in de volle zon, waar ik aan de rechterkant zit, met mijn bovenlijf in de schaduw van een heg. Een paar kinderen doen zwemwedstrijdjes, maken bommetjes, stampen wild in het rond in het ondiepe gedeelte. Hun gelach en gespetter zijn samen met het geklater van de fontein in het ondiepe bad de enige geluiden die ik hoor. In de verte kan ik een klein stukje van de weg zien, waar zo nu en dan een wielrenner langsflitst. Morgen hebben we de Col de la Croix de Fer op het programma staan. Tot die tijd beweeg ik maar zo min mogelijk, immers, “de Tour win je in bed.” In dit geval: op de ligstoel.

woensdag 24 juli 2013

Ted King for President

Ik leerde Ted King ongeveer een jaar geleden kennen, tijdens één van mijn zwerftochten op het internet. Via een site met wielernieuws, een paar sites van Pro Tour-teams, en wat persoonlijke websites van andere professionele wielrenners kwam ik uiteindelijk uit bij King’s weblog, www.iamtedking.com – om er de komende uren niet meer weg te gaan. Ik verslond in één avond zo’n vier jaar aan artikelen die bol stonden van humor, zelfspot, en grappige observaties, en sloot uiteindelijk alleen maar af omdat mijn verantwoordelijkheidsgevoel (de wekker stond de volgende dag op acht uur) mijn snelgroeiende fascinatie nog net de baas was. De volgende dag zette ik tegelijk met het koffiezetapparaat de computer aan, en dook weer in King’s digitale dagboek.

Na een paar dagen had ik vrijwel elk artikel gelezen en was ik groot fan van de renner uit New Hampshire. Ted King is door zijn broer Robbie het wielrennen ingerold. Via de wielerploeg van zijn college, de Amerikaanse jeugdploeg, een Amerikaans continentaal team, en het Cervélo Test Team werd hij in 2011 in het Pro Tour-team van Liquigas-Cannondale (het huidige Cannondale) opgenomen. In deze ploeg is hij een domestique, een knecht: iemand die bidons met water bij de ploegwagen ophaalt, iemand die aan kop van het peloton rijdt lang voor de prijzen verdeeld worden, iemand die simpelweg als windscherm opgesteld wordt. Kort gezegd, geen man voor de overwinningen. Voor Ted King geen bloemen na afloop van een koers, geen zoenen van rondemisses en geen leven als een popster. Maar dat hoeft voor hem ook niet. Ted King geniet van het fietsen zelf, van koffie, maple syrup en lekkere wijn, van de reizen die hij dankzij zijn beroep mag maken, en van allerlei kleine dingen die hij als geen ander kan waarderen en waar hij als geen ander over kan schrijven.

Na een aantal weblogs van hem gelezen te hebben, is duidelijk dat Ted King één grote droom heeft: deelnemen aan de Tour de France. Vorig jaar in de zomer reed hij de Ronde van Polen, of zoals King zelf schreef: “the Tour de France East, which this year is seven days of racing all throughout Poland and curiously is more accurately called the Tour of Poland. […] The Tour of Poland […] is basically a who’s who of who’s not racing that three-week dealie in France right now.” Dit jaar mocht hij dan zijn debuut maken in de Ronde van Frankrijk. De honderdste editie, de eerste voor de dertigjarige Amerikaan. “The dumptruck full of awesome is headed to France!” aldus King

Van een droomdebuut was echter bepaald geen sprake. Al in de eerste etappe was de renner betrokken bij een valpartij, waar hij allesbehalve ongeschonden uitkwam: hij moest de Tour vervolgen met (onder andere) een zware schouderblessure. De tweede en derde etappe beet hij op zijn tanden en reed hij de ritten keurig in de laatste bus uit. De vierde etappe stond een ploegentijdrit gepland. Aangezien de houding op een aerodynamische tijdritfiets te veel pijn deed voor de gehavende King, ging hij van start op een gewone wegfiets. Voor wie de verschillende modellen niet voor zich ziet: dat is een wereld van verschil. Al in de eerste kilometers moest hij zijn ploeggenoten dan ook laten gaan: hij kon ze simpelweg niet bijhouden. Maar in plaats van zijn fiets naar de kant van de weg te sturen en in de ploegwagen te gaan zitten, ploeterde King zich in zijn eentje een weg over het parcours. Opgeven? Dat nooit. Na 32 minuten en 32 seconden afzien bereikte hij de finish – dat is een gemiddelde snelheid van 46 km/u, dat halen de meeste (amateur)renners alleen met stevige wind mee en bergaf. Maar de jury was niet onder de indruk. 7 seconden buiten de tijdslimiet, zo stelden ze kil vast. Ted King moest de Tour de France verlaten.

Maar reglementen zijn in het wielrennen eigenlijk nooit in steen gebeiteld. Finishlijnen kunnen ineens verlegd worden, en er worden her en der wat tijdstraffen uitgedeeld of tijden juist naar beneden bijgesteld. Bovendien heeft de jury in het verleden vaker met de hand over het hart gestreken: in 2011 heeft bijvoorbeeld een groep van 88 renners, waaronder topsprinter Mark Cavendish, clementie gekregen terwijl de tijdslimiet van die etappe met bijna twee minuten overschreden was. Wat de zaak-King nog extra wrang maakt, is dat de fietscomputer van King zelf een andere tijd aangaf dan de tijd die de jury hanteerde. Volgens Kings eigen meting was hij binnen de limiet gebleven.

Er is veel geschreven en gezegd over dit voorval. De interviews met een geëmotioneerde King, waar de verslagenheid vanaf droop, gingen de hele wereld over. Eigenlijk was iedereen het er over eens dat King een rolmodel voor het wielrennen is: op de fiets kan hij ontzettend afzien en knokt hij voor wat hij waard is, en tegelijkertijd is hij buiten de koers zo bereikbaar, zo menselijk. Voor het eerst sinds lange tijd heeft het wielrennen weer een renner waar ze zonder voorbehoud trots op mag zijn, zo klonk het. Op Twitter werd massaal de hashtag “#LetTedRide” gebruikt, en ook via Facebook en andere sociale media stroomden de steunbetuigingen aan de Cannondale-renner binnen. Ook ik besloot een mail te sturen. Ik vertelde hem hoe verschrikkelijk zonde ik het vond dat hij uit de Tour de France gezet was (en, welja, dat ik zeker was dat heel Nederland het met me eens was), dat ik sinds tijden trouw lezer ben van zijn weblog, en mijn virtuele tourploeg naar hem vernoemd heb: “Ted King for President”. Niet een heel bijzonder verhaal, waarschijnlijk kreeg hij honderden van zulke steunbetuigingen, maar toch leuk om te lezen. Binnen twee uur kreeg ik antwoord:

Thank you Heleen. Your email means a lot to me right now.

Best,

Ted

Voor mij maken renners als Ted King het wielrennen de moeite waard. Ze laten zien dat wielrennen meer is dan hard fietsen. Ze laten zien dat wielrennen, net als alle sporten overigens, emotie is, en dat wielrenners ook maar mensen zijn die net als iedereen vallen, weer opstaan, en hun dromen verder achterna jagen. En ik hoop dat de droom van Ted King volgende zomer écht uitkomt, en hij na drie weken koers de Champs-Elysées op mag rijden. Wat zal de champagne dan goed smaken.