Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen

zondag 6 maart 2016

Grijze stenen – Aflevering 5: Kaserne Krampnitz

Afgelopen paar dagen was ik in mijn lievelingsstad Berlijn. Heerlijk! Na mijn vorige bezoek aan de stad schreef ik al over Tempelhof, vandaag zal het gaan over een plek even buiten Berlijn: Kaserne Krampnitz.

Met dank aan deze blog over Berlijn kwamen we op het idee om op de terugweg naar Nederland een tussenstop te maken bij Kaserne Krampnitz. Dit is een in 1937 gebouwde nazi-kazerne, die in 1945 door de Russen is overgenomen en tot 1992 gebruikt werd. Het is een uitgestrekt terrein met meer dan 80 gebouwen, waarvan het merendeel barakken zijn waar de soldaten woonden.

Na de Russische terugtrekking zijn de gebouwen leeg komen te staan. En dat is nu al 24 jaar zo. Inmiddels zijn de barakken in verregaande staat van verval, en is de natuur een heel eind op weg het terrein terug te winnen.

Officieel mag je het terrein niet betreden. Maar het hek dat er omheen staat, is op veel plekken een lachertje. Daarbij wordt het geheel ook niet echt bewaakt, wat gezien de uitgestrektheid en de verlatenheid ook wel logisch is: het hele terrein in de gaten houden zou flinke kosten met zich meebrengen. En daarbij, wie zou nu geïnteresseerd zijn in verlaten, vervallen gebouwen? Nou, wij dus.

Wat het meeste indruk op me maakte tijdens het struinen door de verlaten en overwoekerde straten, was niet eens zozeer de omvang van het terrein en het grote aantal lege gebouwen dat daar maar stond te staan. Veel meer nog dan dat waren het de zo tastbare herinneringen aan de mensen die er gelegerd waren, waarvan de sporen tot in de kleinste details nog zichtbaar waren.

De indeling van de barakken, met de kleine woonkamertjes waar de kachels soms nog in stonden. De kastjes tegen de muren — nu zijn ze leeg, maar ooit hebben hier boeken in gelegen, elpees, serviesgoed? De gordijntjes die rafelig uit de gebroken of soms volledig ontbrekende ramen fladderen en die van een haast ontroerende truttigheid zijn. Bij soldaten zou je toch iets anders verwachten dan witte, kanten gordijntjes. De verroeste fornuizen en de vergeelde badkuipen. En tenslotte de stukken Russische krant die overal achter het behang vandaan komen, met tussen het cyrillische schrift soms een jaartal dat er ineens goed leesbaar uitspringt. ‘1985’ zag ik ergens staan. Die krant is daar dus al langer dan dat ik überhaupt besta.

Helaas werden we na een uur dwalen weggestuurd door een man die kennelijk een soort van bewaker was. Dit ging gelukkig zonder al te veel ellende: we moesten simpelweg het terrein af. Jammer, want er was nog veel te zien geweest!

Mocht je met de auto naar Berlijn gaan, dan is Kaserne Krampnitz echt een aanrader om onderweg te bezoeken. Want hoewel de vervallen gebouwen een mooi geheel vormen met de natuur en een heerlijke desolate sfeer ademen, komt de geschiedenis hier echt tot leven wanneer je iets beter kijkt en je verbeelding haar werk laat doen. Bedenk wat voor mannen er gewoond hebben in de barakken die je ingaat. Bedenk of ze hun familie in Rusland zouden missen. Zouden ze foto’s van hun gezinnen aan de muur hebben hangen? Bedenk dat je naar hetzelfde behang kijkt als waar de soldaten jarenlang tegenaan hebben gekeken. Bedenk dat je over dezelfde wegen loopt, en dat waar nu stilte en vredigheid heerst, de lucht vroeger gonsde van Russische gesprekken en bevelen. Bedenk dat hoewel het zó lang geleden lijkt, het in feite nog geen 30 jaar geleden is dat er Russen in Berlijn en omgeving gelegerd waren. En vooral: bedenk dat je nu eens niet in een museum loopt, maar een wandeling door de geschiedenis zélf maakt.


Praktische informatie

Rij om bij Kaserne Krampnitz te komen Berlijn aan de westkant uit. Volg de A2 richting Potsdam. Je komt vanzelf langs het dorpje Krampnitz (vanaf Berlin-Mitte ca. 40 km), dat ligt aan de linkerkant van de weg. Rij nog een klein stukje door over de A2 — je ziet nu vanzelf een oude wachttoren aan de rechterkant van de weg. Die hoort al bij de kazerne. Rij nóg een stukje door, en neem de eerste afslag naar rechts. Dit is een klein weggetje dat naar wat moderne huizen leidt. Ga op de T-splitsing die direct volgt naar links, volg de bocht naar rechts, en ga verderop weer naar rechts het doodlopende straatje in. Parkeer daar de auto; je bent nu hier en kunt vanaf daar te voet verder. Zoals je ziet is het terrein echt heel uitgestrekt, dus neem ruim de tijd om de boel te verkennen. En hou je aan de ongeschreven regels: take nothing but pictures, leave nothing but footprints. Viel spass!

donderdag 3 juli 2014

Postmodernisme op het vliegveld

Berlijn! Drie weken geleden was ik er, en het is zonder enige twijfel mijn lievelingsstad. Geen stad op aarde die zó’n roerige geschiedenis kent, waarvan de sporen nog zó duidelijk overal te vinden zijn. En dan heb ik het niet slechts over de duidelijke oost-westscheiding die vanaf de Fernsehturm zo duidelijk te zien is, maar over de gehele atmosfeer. Er is geen stad waar de geesten van de historie zo nadrukkelijk doorheen waren, en waar elk gebouw, elke muur zoveel geschiedenis ademt. En er is zeker geen stad waar de geest zo uit de fles is als Berlijn anno nu.

Want wat een vrijheid, wat een creativiteit! De bevolking anno nu lijkt door de gevallen regimes uit het verleden elke vorm van overheersing bij voorbaat af te wijzen. Ze heeft te vaak een door de overheid opgelegd ideaal voor ogen gehad om nog te geloven in een van hogerhand bepaald universeel doel voor de mensheid c.q. de inwoners van de stad. Het gevolg? Een ontspannen, licht anarchistische sfeer waarin iedereen en alles de ruimte krijgt om zichzelf te zijn — en te blijven.

Ik was zeer onder de indruk van het in onbruik geraakte vliegveld Berlin-Tempelhof, dat sinds een aantal jaar dienst doet als park. Niet dat er vijvers zijn aangelegd, of wandelpaden, een exotische vlindertuin of een Japans theehuis. Nee, het terrein ligt er nog haast net zo bij als in de tijd dat er dagelijks vliegtuigen landden. Maar dan wat meer overwoekerd. De 380 hectare geven een enorm gevoel van vrijheid. Bezoekers worden omringd door gras, wat rijtjes bomen, en heel veel asfalt — grotendeels begroeid. Op de beter onderhouden stroken leven wielrenners, skaters, en hardlopers zich uit. Een paar vervallen vliegtuigen completeren het beeld. De terminal en de luchtverkeerstoren tekenen zich als slapende reuzen tegen de horizon af. Hun tijd is geweest, maar ze zijn er nog steeds. Mogen er nog steeds zijn.

Het is duidelijk: je loopt dwars door de geschiedenis. Een rijke, bewogen geschiedenis. In de nazi-jaren was Berlin-Tempelhof bestemd hét vliegveld te worden van de hoofdstad van het Derde Rijk. Hoewel de luchthaven al voor 1933 bestond, werd ze in 1939 feestelijk heropend als onderdeel van het grote Generalbebauungsplan für die Reichshauptstadt. Tijdens de Koude Oorlog speelde Berlin-Tempelhof vervolgens een cruciale rol als eindpunt van de beroemde Luftbrücke die West-Berlijn met Amerika en het westelijk deel van Europa verbond. Na 1989 werd het vliegveld nog zo’n tien jaar intensief gebruikt voor korte- en middellange-afstandsvluchten, maar aan het begin van deze eeuw raakte ze in onbruik ten gunste van andere Berlijnse luchthavens. Zo kwam het in 2008 tot sluiting van het roemruchte Berlijnse vliegveld. Maar waar de bestemming van het terrein veranderd is, is het erfgoed nog intact. Respect voor de geschiedenis als één van de steunberen van het hedendaagse Berlijn.

Tijdens mijn verblijf in Berlijn zat het postmoderne gedachtegoed voortdurend in mijn hoofd, ook toen ik door het Tempelhofer Park liep. Mijn eerdere duiding van de inwoners van Berlijn, dat ze “te vaak een door de overheid opgelegd ideaal voor ogen [hebben] gehad om nog te geloven in een van hogerhand bepaald universeel doel voor de mensheid c.q. de inwoners van de stad” is min of meer rechtstreeks overgenomen uit het gedachtegoed van Jean-François Lyotard. Deze postmoderne Franse filosoof schreef in zijn La condition postmoderne (1979) over de de ondergang van de metavertellingen, oftewel de ‘grote verhalen’ waarnaar westerse maatschappijen werden (en worden) ingericht. Het christendom, de Verlichting met de rede als hoogste goed, maar ook het nationaal-socialistische ideaal van de jaren 1933—1945 en het socialistische droombeeld dat het DDR-regime voor ogen had.

Geen van deze metavertellingen is immers de ware gebleken. Hoe fanatiek de aanhangers ook waren, elk van de ‘grote verhalen’ bleek een beperkte houdbaarheid te hebben. En elke keer opnieuw kreeg de mensheid te maken met een zogenaamd Stunde Null, een omslagpunt in de geschiedenis wanneer de ene ideologie gevallen is en de tijd van de volgende aanbreekt. In 1933, wanneer de nationaal-socialisten aan de macht komen en het tijdperk van het Derde Rijk aanbreekt. In 1945, wanneer alle parameters weer op nul worden gezet en de bevolking massaal de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog onderdrukt. In 1949, met de oprichting van de socialistische DDR. En in 1989, wanneer het neerhalen van De Muur wéér een nieuw tijdperk inluidt. Want ook het socialisme heeft gefaald.

In Berlijn is inmiddels te veel gebeurd om nog open te staan voor een volgend groots droombeeld. De lei kán niet meer schoongeveegd worden, de alom aanwezige pijnlijke geschiedenis heeft het geloof in een nieuwe universele ideologie afgebroken. Op individueel en kleinschalig niveau is alles mogelijk, maar voor grote vooruitstrevende ideeën is weinig animo. Berlin-Tempelhof illustreert dit perfect. Geen Stunde Null voor het voormalig vliegveld, geen breeduitgemeten herstart. Het groteske idee van architect Jakob Tigges een enorme berg uit de grond te stampen is blijven steken bij een hippe website, de bevolking is allergisch voor elk ver- of bebouwingsplan. De oude luchthaven willen ze zoveel mogelijk intact laten. Hierdoor vormt Berlin-Tempelhof niet alleen een uniek park, maar is het ook een gigantisch Denkmal. Want in de stilte die op de uitgestrekte vlakte heerst kan men niet anders dan terugdenken aan de (op zijn zachtst gezegd) turbulente geschiedenis van de Duitste hoofdstad, die zich ook op Berlin-Tempelhof afgespeeld heeft. En kan men niet anders dan lessen trekken uit wat geweest is. Postmoderne lessen, wellicht. Allicht.


Berlin-Tempelhof (2014)