zaterdag 26 augustus 2017

Grijze stenen – Aflevering 7: Hotel Fjord te Kotor

In tweeëneenhalve week tijd in (voornamelijk) Montenegro heb ik enorm veel mooie dingen mogen zien. Qua natuur, maar ook qua gebouwen. Het meest in het oog springend was een verlaten hotel in Kotor, aan de baai van, jawel, Kotor. Onze Airbnb lag er vlak naast. Hotel Fjord heette het, en het was een enorm complex dat aan alle kanten vergane glorie ademde. Ik ben er even naar binnen gegaan, heb wat foto’s genomen, en onze host kon ons van wat achtergrondinformatie voorzien. Google vulde aan, en zodoende kon ik dit artikel schrijven: het verhaal over de opkomst en ondergang van Hotel Fjord te Kotor.


Een tennisbaan, een zwembad, 155 kamers, 4 suites, een conferentiezaal, restaurants en meerdere bars… Toen Hotel Fjord in 1986 opende mikte het op een clientèle van filmsterren, artiesten, en de top van het zakenleven. Die kreeg het ook. In de jaren ’80 wisten bekendheden sowieso in grote getale de weg naar de Montenegrijnse kust te vinden — o.a. Sophia Loren, Marilyn Monroe, en Elizabeth Taylor worden vaak genoemd als liefhebbers van de regio. Van dit mondaine toerisme was Hotel Fjord het stralende centrum. Helaas heeft het maar een paar jaar mogen schitteren.

Met de Joegoslavië-oorlogen, in de jaren ’90, nam het toerisme een duikvlucht. De kamers van Hotel Fjord bleven grotendeels leeg, en de schatkist van het toch wel ietwat megalomane project liep langzaam leeg. In 2005, slechts één jaar voordat Montenegro onafhankelijk werd en het herstel inzette, was de bodem echt bereikt. Hotel Fjord was failliet. De inboedel werd eruit gehaald en het enorme karkas bleef ontzield achter.

Een jaar later al werd het lege hotel verkocht aan een wat dubieuze Ierse investeerder, Michael Fingleton. (Na maanden van politieke druk moest Fingleton in 2009 uit het investeringswezen stappen, vanwege een bonus van 1 miljoen dollar die hij geaccepteerd had vlak nadat de gevolgen van de Ierse bankencrisis zichtbaar werden.) Ook de investering in Hotel Fjord bleek schimmig. Ruzies met voormalige zakenpartners, beschuldigingen dat de deal corrupt was… Het renovatieplan is nooit van de grond gekomen.

Het afbrokkelende hotel ligt daarom vandaag nog altijd als een slapende reus aan de voet van het oude, ommuurde Kotor. De terrassen aan zee worden ’s zomers dagelijks bevolkt door zowel inwoners van Kotor als toeristen die verkoeling zoeken. Ook de tennisbanen, hoewel wat verouderd, worden nog altijd gebruikt. Verder zitten er wat krakers en hangen er wat katten rond. Vanaf het hotel heb je mooi zicht op de cruiseschepen die in het bescheiden haventje van Kotor aanmeren: het zijn soms haast drijvende flatgebouwen. Het contrast tussen het glanzende wit van de gigantische boten en het trieste grijs van het kwijnende hotel is enorm.

Maar hoe treurig de geschiedenis van Hotel Fjord ook mag klinken, Kotor heeft er in wezen een pracht van een gebouw aan overgehouden. Een gebouw dat de geschiedenis van de stad en de regio laat zien, een gebouw dat ons herinnert aan de Joegoslavië-oorlogen — helemaal zo lang geleden nog niet. Tel daar de huidige functie van het hotel bij op, plus de wens dat Kotor geen Dubrovnik wordt (massatoerisme!); dan is de logische conclusie dat we alleen maar blij mogen zijn met dhr. Fingleton en zijn nooit uitgevoerde renovatie!


Hotel Fjord in haar gloriedagen. Bron eerste foto, bron tweede foto, bron derde foto.


Hotel Fjord nu. Allemaal eigen foto’s.


De achterkant van het hotel, gezien vanaf het water. De terrassen aan zee worden nog altijd bezocht door badgasten.


De entree.


Het buitenzwembad is allang niet meer in gebruik…


… en het binnenzwembad ook niet.


Trappenhuis.

dinsdag 11 juli 2017

Swimming with the crocodiles

We waren op de terugweg van een verjaardag in Nijmegen toen mijn vriendin vroeg of ik nog wat muziek wilde horen. “Swimming with the crocodiles” zei ik, want dat nummer had ik al een paar kilometer in mijn hoofd. Ze opende Spotify en we luisterden naar het nummer van The Veils. Ik zong de tekst wat mee en we spraken over de betekenis van het nummer. Ik vertelde haar wat ik voor me zag bij dit nummer, we filosofeerden wat over de betekenis van de tekst, en ik besloot om thuis de tekst wat dieper in te duiken. Dat heb ik nu gedaan

Google geeft weinig resultaten voor “swimming with the crocodiles song meaning”, hoewel één album review er een korte notitie over maakt en één blog het nummer ooit heeft uitgeroepen tot “Song of the day” — zonder diep op de songtekst in te gaan overigens. Eigenlijk was ik opgelucht met zo weinig zoekresultaten, want dat betekent dat ik lekker mijn eigen interpretatie de vrije loop kan laten.

Goed, het nummer. Het nummer begint ingetogen met een gitaar/elektrische piano/bas en een strakke drum. Dan begint Finn Andrews te zingen.


Take the bandage off his eyes
Take the bandage off and then go down
Swimming with the crocodiles
Spinning round and round and round
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

Wat het eerst opvalt is de perspectiefwisseling. De eerste regel vertelt over “his eyes”, de laatste twee zijn in de ik-vorm geschreven. Alsof de ik-persoon eerst zichzelf van buitenaf beschouwt om daarna het perspectief naar zich toe te trekken.

Interessant is dat bij die laatste twee zinnen (nu dus vanuit de ik-persoon) de melodie van de pedal steel (een soort liggende gitaar waarmee elektronische, slepende tonen kunnen worden gemaakt) voor het eerst de melodie van de tekst volgt. Muziek en zang worden hier één, waarmee de eenkennigheid en eenzaamheid van de “I” wordt benadrukt. Hij weet dat hij het beste af is daar bij de krokodillenpoel, er is geen tegengeluid.

Ook opvallend is de 4e regel in combinatie met de 6e: “Spinning round and round and round” horen we eerst, en in de 6e regel wordt het water aangeduid als de veiligste plek om te zijn. Voor mij roept dit het beeld op van iemand die zich volledig overgeeft aan het water, die meegesleurd wíl worden in de draaikolk, zonder dat hij bang is of in paniek raakt. Integendeel: hij laat het water graag zijn richting bepalen.

They’re sinking in their teeth tonight
I can feel them move beneath me with no sound
Swimming with the crocodiles
Spinning round and round and round
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

In het tweede couplet voel je de stille aanwezigheid van de krokodillen, en wordt als een mantra nog eens de overgave aan de draaikolk opgeroepen.

Dan wordt de muziek voller, liefdevoller ook, en we krijgen een inkijk in de diepere gevoelswereld van de ik-persoon:

You’re all I’ve ever wanted
There’s no remedy (live: And you’re no remedy)
I feel you when there’s no one else around
Hold me like a child, you swollen crocodile
Hold me under till I drown
Then pull me down, baby.

Duidelijk is dat de ik-persoon pijn heeft. Opvallend is dat op de albumversie “There’s no remedy” wordt gezongen en in de liveversie “And you’re no remedy”. Op de albumversie is de “you” het probleem an sich, terwijl in de liveversie de ik-persoon met nog iets ergers kampt — iets waar zelfs de “you” niet bij kan helpen. Hoe het ook zij, de ik-persoon heeft duidelijk groot zeer.

Hij wil verdwijnen in de poel met krokodillen. Hoewel ik eerst dacht dat de ik-persoon daarmee wil sterven, ben ik later van opvatting veranderd. Want staan de krokodillen in de bezongen poel wel voor de vijand? Ik denk het niet. Ik denk dat in dit nummer de krokodillen voor de duistere kant van de ik-persoon staan. Vertaald naar Jungeriaans archetype zou het om de schaduw van de verteller gaan, het deel van de persoonlijkheid waar primitieve, dierlijke instincten huizen maar waar ook creativiteit en inspiratie uit voortkomt (bedenk hoeveel kunstenaars een duidelijke duistere kant hebben!). De samenhang tussen primitieve schepsels (de krokodillen) en primitieve instincten is gemakkelijk te zien.

De ik-persoon vraagt ze om hem als een kind vast te houden, wil dat ze hem meetrekken naar hun wereld, onder water. Dit kan symbool staan voor een (tijdelijk) vluchten naar een schimmig gebied, zij het in herinneringen, drugs wellicht, in de nacht.

Overigens hoorde ik heel vaak “Hold me a little I drown” in plaats van “Hold me under till I drown”. Zou dit bewust zo vaag zijn gezongen? “Hold me a little I drown” suggereert dat de ik-persoon de krokodillen als zijn reddingsboei ziet: in het echte leven gaat hij ten onder aan de pijn, en zijn duistere kant, met de krokodillen als verpersoonlijking daarvan, is zijn redding.

Wat ik alleen niet begrijp, is waarom het om een “swollen crocodile” gaat. Waarom dat “swollen”? Bedoelt Andrews dat de schaduw is gegroeid, gevoed door miskenningen en tekortkomingen? Wie het weet, mag het graag zeggen.

Tell me what you came for
Tell me what you can and what you can’t
Cause honey I might need a while —
Honey I might need a while longer
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

Dit couplet lijkt goed aan te sluiten bij de liveversie die ik hierboven aanhaalde, waarbij Andrews niet “there’s no remedy” zingt maar “you’re no remedy”. De moeilijkheden waar de ik-persoon mee moet afrekenen, zijn te groot. Hij kan niet in zee gaan met zijn geliefde, hoewel hij dat het liefst zou willen (immers: “you’re all I’ve ever wanted”). Hij heeft tijd nodig, tijd in die poel waar hij in contact kan komen met zijn duistere kant.

You’re all I’ve ever wanted
There’s no remedy (live: And you’re no remedy)
I feel you when there’s no one else around
Hold me like a child, you swollen crocodile
Hold me under till I drown
Then pull me down, baby.


Kortom, een melancholisch nummer waarin de ik-persoon berust in zijn situatie en met zijn volle verstand kiest voor een vertrek naar de duistere kant. Niet per se een nummer dat je onderweg van een verjaardag en in goede stemming luistert, zou je denken. Maar Swimming with the crocodiles is simpelweg een prachtig nummer, één waarin The Veils (alwéér!) hun unieke talent tonen om gitzwarte teksten om te zetten in wonderschone muziek.


The Veils, “Swimming with the crocodiles”

zaterdag 27 mei 2017

Grijze stenen – Aflevering 6: Renaissance in Italië en Parijs

Binnen een paar dagen tijd las ik in de Volkskrant twee interessante artikelen over min of meer hetzelfde onderwerp: het nieuw leven inblazen van oude, vervallen gebouwen en/of terreinen. Ik ben groot fan van zulke projecten. Noem het een statement tegen de wegwerpmaatschappij, noem het de hang naar nostalgie waar ik vaker mee te kampen heb: hoe dan ook wordt mijn interesse direct gewekt bij zulke artikelen. Maar waar de meeste mensen pas enthousiast worden wanneer die oude fabriek, omgetoverd tot hippe eetplek, zelfgebrouwen bier schenkt en superfood serveert, ben ik misschien nog wel méér aangetrokken tot deze panden wanneer ze nog in vervallen staat verkeren. Waar is de glans van weleer? Wat is daar gebeurd? Ergens ben ik haast ontroerd dat vergane glorie zo mooi in het landschap ingebed kan zijn, als lang slapende reuzen, klaar om gewekt te worden en een tweede leven te beginnen. Klaar voor hun wedergeboorte.

De artikelen die ik las gingen over twee grote, door de overheid opgezette projecten. Allereerst Italië: in een poging het toerisme buiten de grote steden een impuls te geven, biedt het Agenzia del Demanio (dat onroerend goed van de staat beheert) 103 kastelen, villa’s, en andere panden gratis en voor nop aan. Ze liggen stuk voor stuk langs oude historische routes die door de binnenlanden van Italië en op Sicilië en Sardinië dwalen. De mate van verwaarlozing is verschillend: het ene pand lijkt slechts licht afgebladderde kozijnen te hebben (maar dankzij Ik vertrek weten we wel beter dan optimistisch te zijn in zulke gevallen), het andere is niet meer dan een ruïne te noemen.

Voorwaarde voor het overnemen van de eigendomsakte is dat de nieuwe uitbater het pand opknapt en er een toeristische functie aan geeft, liefst ecologisch verantwoord.

Fantastisch plan! Lekkerbekkend klikte ik me door de foto’s heen die de krant verzameld had. Van enorme buitenverblijven tot vervallen schuurtjes, er is van alles wat. Mijn favoriet is toch wel het grijze spoorhuisje, dat tussen het onkruid langs een enkel spoorlijntje staat weg te kwijnen. Gebroederlijk ernaast staat een klein bijgebouwtje, ik denk dat het een kapelletje is. Ook heb ik een zwak voor de eenzame, middeleeuwse woning die rond een binnenplaats gebouwd is en een eigen kerk en toren heeft. Wat is hier gebeurd? Welke kleurrijke figuren hebben hier gewoond? En hoe kan het dat de slop erin is gekomen?

Mocht je nog eens in Ik vertrek willen figureren en mocht je het aandurven een toeristische uitspanning op te bouwen in de outback van Italië, grijp dan nu je kans! Reageren kan tot 26 juni.


Casa Cantoniera (Provincie Matera, Basilicata). ‘Casello’ van twee verdiepingen, in de Bradano Vallei. © camminiepercorsi


Grancia S.Maria del Vetrano (Matera, Basilicata). Middeleeuwse woning, gebouwd rond een binnenplaats en met een eigen kerk en toren. © camminiepercorsi

Palazzina in Villa Bonelli (Barletta-Trani, Puglia). Villa met tuin uit de late 18e eeuw. Werd vroeger gebruikt als zomerverblijf. © camminiepercorsi


Dan Parijs, waar het tweede artikel over ging. Ook in Parijs liggen de vervallen gebouwen en plekken momenteel voor het oprapen. De gemeente heeft het project Réinventer Paris gestart, een initiatief waarbij ideeën kunnen worden aangedragen voor de herinrichting van (semi-)openbare ruimtes. Van in onbruik geraakte tunnels tot een verlaten Renaultgarage, van een strook loze ruimte onder een metroviaduct tot een oude bowlingbaan: Parijs herbergt een keur aan prachtige plekken die momenteel voor het publiek ontoegankelijk zijn.

Complimenten voor de fotografen, overigens! Hoewel niet alle foto’s van hoge kwaliteit zijn, verheft een aantal de toch rauwe plaatsen tot pure kunst. Wat te denken van het kleurrijke metrostation Croix Rouge? Of van de eerder genoemde Espace viaire Ligne 6?

Op de site kunnen burgers in het wilde weg meedenken over de herinrichting. En dat heeft al veel reacties uitgelokt. De meeste zijn totaal niet onderbouwd en geeft de ruimte voor reacties meer het aanzien van een verlanglijst: “un complexe cinéma”, “un parc pour enfants avec aire de jeux”, “un musée d’art contemporain”. Sommige reacties zijn al wel wat verder uitgewerkt. Marc Lelièvre ziet bijvoorbeeld een permanente tangogelegenheid (met parketvloer!) in het oude transformatorhuis voor zich. Hij vult aan dat de buren er geen last van mogen hebben én dat de dansvloer tot laat open moet zijn. “Les danseurs de tango sont des couche-tard” aldus Marc, oftewel, tangodansers zijn nu eenmaal nachtbrakers.

Ik ben benieuwd wat er voortkomt uit dit Parijse initiatief. Babbelende burgers die hun wensen doorgeven zullen concreet niet direct wat betekenen, maar wie weet komen uit dit gebrainstorm goede ideeën voort die door serieuze partijen kunnen worden opgepakt. Vooralsnog heeft dit project in ieder geval een strak vormgegeven site opgeleverd met mooie foto’s van (veelal verborgen) vergane glorie. Voor de nostalgici.


Espace viaire Ligne 6 : lege ruimte onder een metroviaduct

Verlaten bowlingcomplex “Champerret”

Metrostation Croix Rouge