vrijdag 27 april 2018

Call me by your name

Eind januari zag ik de film Call me by your name. Inmiddels bijna drie maanden geleden dus, maar dat geeft niet. Want ik heb veel nagedacht over het thema nostalgie cq melancholisch terugblikken op het mooie wat ooit was in deze film, dus in dat licht bezien is het niet meer dan logisch dan dat ik er nu pas in retrospectief over schrijf — en me licht verdrietig voel omdat ik de film nooit meer voor de eerste keer kan zien. Ik heb op de achtergrond de soundtrack opstaan en laat de nummers mijn herinneringen oproepen.

Call me by your name gaat over de ontluikende liefde tussen de zeventienjarige Elio en de zeven jaar oudere Amerikaanse student Oliver. Het speelt zich af tijdens een broeierige zomer in Italië, in de jaren ’80. De film was genomineerd voor een Oscar voor de beste film, maar heeft deze niet gewonnen. Onterecht, als je het mij vraagt. Want het was lang geleden dat een film mij zó wist te raken.

Zoals ik zei heb ik veel nagedacht over het thema nostalgie en vergane schoonheid in de film. Ik heb in de film een aantal elementen gevonden die hieraan raken, en de eerste is vrij algemeen: de tijd en het seizoen waarin de film zich afspeelt. Het zijn de jaren ’80. Mobiele telefoons bestaan nog niet, de shirts zijn wijd en kleurrijk, de kapsels zijn net wat langer dan dat ze nu zijn, en de muziek ’s avonds is overduidelijk ook uit die tijd. Sowieso lijkt de hele film geschoten in een soort technicolor, hoewel het misschien de verzadigde, warme kleuren van het Italiaanse platteland zijn die ik hiermee verwar. Toen ik de film bezocht was het eind januari 2018, koud. Gedurende 132 minuten waande ik me in een andere wereld, die zowel qua tijdsgeest als qua weer allang niet meer was.

De tweede uiting van nostalgie zit in de expertise van Elio’s vader en Oliver: archeologie. Wanneer de twee een antieke vondst bekijken bij het Gardameer zie je ze in stille bewondering het opgeviste beeld bekijken. Dat is iets wat ik me uit mijn studie Oudheidkunde nog heel goed herinner: de verwondering en tegelijk de melancholie die de klassieken kunnen oproepen. Je verdiept je in een volk, in haar gebruiken, haar verhalen, haar kunstwerken… En juist als je er midden in zit komt onherroepelijk het besef dat de wereld doorgedraaid is. Dat de personen die je bestudeerde allang niet meer leven, dat de steden die in de verhalen voorkomen niet meer bestaan of dat er inmiddels lichtreclame te vinden is, en dat de gebruiken en de rituelen die het leven toen vormgaven niet meer bestaan in deze wereld.

Maar de sterkste uiting van melancholie voel je eigenlijk gedurende de hele film in het hoofdthema. Je wéét dat je naar een liefde kijkt die niet kan blijven bestaan. Je wéét dat ze gedoemd is te eindigen. Je geniet mee, maar weet tegelijkertijd dat de liefde slechts voort kan bestaan zolang het zomer is. Toen in de film de winterse beelden kwamen, voelde ik mijzelf van binnen ook direct koud worden. Want ik besefte dat de liefde ten einde was. Toen de telefoon ging, wist ik het. En Elio ook, denk ik. Hij hoorde de woorden van Oliver — inmiddels getrouwd — en hing op. En toen kwamen de stille, woordeloze tranen. Voor de open haard huilde Elio om al het mooie dat voorbij was. En ik met hem.

En ondertussen zong Sufjan Stevens Visions of Gideon waarmee de relatie tussen Elio en Oliver definitief tot het verleden behoort:

I have loved you for the last time
Is it a video? Is it a video?
I have touched you for the last time
Is it a video? Is it a video?

For the love, for laughter, I flew up to your arms
Is it a video? Is it a video?
For the love, for laughter, I flew up to your arms
Is it a video? Is it a video?
Is it a video?

I have loved you for the last time
Visions of Gideon, visions of Gideon
And I have kissed you for the last time
Visions of Gideon, visions of Gideon

Overigens heb ik nagezocht wie Gideon was. Zijn verhaal staat in het Oude Testament, in Richteren 6-8. Gideon wordt bezocht door engelen van God die hem opdrachten geven, maar hij twijfelt aan zijn eigen kunnen en hij wil meerdere malen bevestiging van God zelf dat Hij echt hem heeft uitgekozen voor de taken. Hij kan niet zomaar zijn visioenen geloven. Aan het einde van Call me by your name, wanneer Elio bij het haardvuur in stilte huilt en terugdenkt, staan zijn herinneringen aan de warme zomer met Oliver mijlenver van zijn huidige situatie af. Het voelt voor hem of hij naar een film kijkt, geschoten in een andere tijd met andere personen. Was hij dit echt, die dit heeft meegemaakt? Ja, zegt Sufjan Stevens: net als bij Gideon is geen twijfel nodig. Wat hij voor zijn geestesoog ziet is echt gebeurd. Het is geen video. Juist deze songtekst aan het einde van de film zorgt dat Call me by your name ineens op een hoger niveau aangrijpt. Want wij bioscoopbezoekers, keken wij eigenlijk wel naar een film? Of zagen we (flarden van) onze eigen herinneringen? Want waarom grijpt een film anders zoveel mensen over de hele wereld aan? Stel jezelf na het kijken van Call me by your name daarom dezelfde vraag: Was it a video?

zaterdag 26 augustus 2017

Grijze stenen – Aflevering 7: Hotel Fjord te Kotor

In tweeëneenhalve week tijd in (voornamelijk) Montenegro heb ik enorm veel mooie dingen mogen zien. Qua natuur, maar ook qua gebouwen. Het meest in het oog springend was een verlaten hotel in Kotor, aan de baai van, jawel, Kotor. Onze Airbnb lag er vlak naast. Hotel Fjord heette het, en het was een enorm complex dat aan alle kanten vergane glorie ademde. Ik ben er even naar binnen gegaan, heb wat foto’s genomen, en onze host kon ons van wat achtergrondinformatie voorzien. Google vulde aan, en zodoende kon ik dit artikel schrijven: het verhaal over de opkomst en ondergang van Hotel Fjord te Kotor.


Een tennisbaan, een zwembad, 155 kamers, 4 suites, een conferentiezaal, restaurants en meerdere bars… Toen Hotel Fjord in 1986 opende mikte het op een clientèle van filmsterren, artiesten, en de top van het zakenleven. Die kreeg het ook. In de jaren ’80 wisten bekendheden sowieso in grote getale de weg naar de Montenegrijnse kust te vinden — o.a. Sophia Loren, Marilyn Monroe, en Elizabeth Taylor worden vaak genoemd als liefhebbers van de regio. Van dit mondaine toerisme was Hotel Fjord het stralende centrum. Helaas heeft het maar een paar jaar mogen schitteren.

Met de Joegoslavië-oorlogen, in de jaren ’90, nam het toerisme een duikvlucht. De kamers van Hotel Fjord bleven grotendeels leeg, en de schatkist van het toch wel ietwat megalomane project liep langzaam leeg. In 2005, slechts één jaar voordat Montenegro onafhankelijk werd en het herstel inzette, was de bodem echt bereikt. Hotel Fjord was failliet. De inboedel werd eruit gehaald en het enorme karkas bleef ontzield achter.

Een jaar later al werd het lege hotel verkocht aan een wat dubieuze Ierse investeerder, Michael Fingleton. (Na maanden van politieke druk moest Fingleton in 2009 uit het investeringswezen stappen, vanwege een bonus van 1 miljoen dollar die hij geaccepteerd had vlak nadat de gevolgen van de Ierse bankencrisis zichtbaar werden.) Ook de investering in Hotel Fjord bleek schimmig. Ruzies met voormalige zakenpartners, beschuldigingen dat de deal corrupt was… Het renovatieplan is nooit van de grond gekomen.

Het afbrokkelende hotel ligt daarom vandaag nog altijd als een slapende reus aan de voet van het oude, ommuurde Kotor. De terrassen aan zee worden ’s zomers dagelijks bevolkt door zowel inwoners van Kotor als toeristen die verkoeling zoeken. Ook de tennisbanen, hoewel wat verouderd, worden nog altijd gebruikt. Verder zitten er wat krakers en hangen er wat katten rond. Vanaf het hotel heb je mooi zicht op de cruiseschepen die in het bescheiden haventje van Kotor aanmeren: het zijn soms haast drijvende flatgebouwen. Het contrast tussen het glanzende wit van de gigantische boten en het trieste grijs van het kwijnende hotel is enorm.

Maar hoe treurig de geschiedenis van Hotel Fjord ook mag klinken, Kotor heeft er in wezen een pracht van een gebouw aan overgehouden. Een gebouw dat de geschiedenis van de stad en de regio laat zien, een gebouw dat ons herinnert aan de Joegoslavië-oorlogen — helemaal zo lang geleden nog niet. Tel daar de huidige functie van het hotel bij op, plus de wens dat Kotor geen Dubrovnik wordt (massatoerisme!); dan is de logische conclusie dat we alleen maar blij mogen zijn met dhr. Fingleton en zijn nooit uitgevoerde renovatie!


Hotel Fjord in haar gloriedagen. Bron eerste foto, bron tweede foto, bron derde foto.


Hotel Fjord nu. Allemaal eigen foto’s.


De achterkant van het hotel, gezien vanaf het water. De terrassen aan zee worden nog altijd bezocht door badgasten.


De entree.


Het buitenzwembad is allang niet meer in gebruik…


… en het binnenzwembad ook niet.


Trappenhuis.

dinsdag 11 juli 2017

Swimming with the crocodiles

We waren op de terugweg van een verjaardag in Nijmegen toen mijn vriendin vroeg of ik nog wat muziek wilde horen. “Swimming with the crocodiles” zei ik, want dat nummer had ik al een paar kilometer in mijn hoofd. Ze opende Spotify en we luisterden naar het nummer van The Veils. Ik zong de tekst wat mee en we spraken over de betekenis van het nummer. Ik vertelde haar wat ik voor me zag bij dit nummer, we filosofeerden wat over de betekenis van de tekst, en ik besloot om thuis de tekst wat dieper in te duiken. Dat heb ik nu gedaan

Google geeft weinig resultaten voor “swimming with the crocodiles song meaning”, hoewel één album review er een korte notitie over maakt en één blog het nummer ooit heeft uitgeroepen tot “Song of the day” — zonder diep op de songtekst in te gaan overigens. Eigenlijk was ik opgelucht met zo weinig zoekresultaten, want dat betekent dat ik lekker mijn eigen interpretatie de vrije loop kan laten.

Goed, het nummer. Het nummer begint ingetogen met een gitaar/elektrische piano/bas en een strakke drum. Dan begint Finn Andrews te zingen.


Take the bandage off his eyes
Take the bandage off and then go down
Swimming with the crocodiles
Spinning round and round and round
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

Wat het eerst opvalt is de perspectiefwisseling. De eerste regel vertelt over “his eyes”, de laatste twee zijn in de ik-vorm geschreven. Alsof de ik-persoon eerst zichzelf van buitenaf beschouwt om daarna het perspectief naar zich toe te trekken.

Interessant is dat bij die laatste twee zinnen (nu dus vanuit de ik-persoon) de melodie van de pedal steel (een soort liggende gitaar waarmee elektronische, slepende tonen kunnen worden gemaakt) voor het eerst de melodie van de tekst volgt. Muziek en zang worden hier één, waarmee de eenkennigheid en eenzaamheid van de “I” wordt benadrukt. Hij weet dat hij het beste af is daar bij de krokodillenpoel, er is geen tegengeluid.

Ook opvallend is de 4e regel in combinatie met de 6e: “Spinning round and round and round” horen we eerst, en in de 6e regel wordt het water aangeduid als de veiligste plek om te zijn. Voor mij roept dit het beeld op van iemand die zich volledig overgeeft aan het water, die meegesleurd wíl worden in de draaikolk, zonder dat hij bang is of in paniek raakt. Integendeel: hij laat het water graag zijn richting bepalen.

They’re sinking in their teeth tonight
I can feel them move beneath me with no sound
Swimming with the crocodiles
Spinning round and round and round
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

In het tweede couplet voel je de stille aanwezigheid van de krokodillen, en wordt als een mantra nog eens de overgave aan de draaikolk opgeroepen.

Dan wordt de muziek voller, liefdevoller ook, en we krijgen een inkijk in de diepere gevoelswereld van de ik-persoon:

You’re all I’ve ever wanted
There’s no remedy (live: And you’re no remedy)
I feel you when there’s no one else around
Hold me like a child, you swollen crocodile
Hold me under till I drown
Then pull me down, baby.

Duidelijk is dat de ik-persoon pijn heeft. Opvallend is dat op de albumversie “There’s no remedy” wordt gezongen en in de liveversie “And you’re no remedy”. Op de albumversie is de “you” het probleem an sich, terwijl in de liveversie de ik-persoon met nog iets ergers kampt — iets waar zelfs de “you” niet bij kan helpen. Hoe het ook zij, de ik-persoon heeft duidelijk groot zeer.

Hij wil verdwijnen in de poel met krokodillen. Hoewel ik eerst dacht dat de ik-persoon daarmee wil sterven, ben ik later van opvatting veranderd. Want staan de krokodillen in de bezongen poel wel voor de vijand? Ik denk het niet. Ik denk dat in dit nummer de krokodillen voor de duistere kant van de ik-persoon staan. Vertaald naar Jungeriaans archetype zou het om de schaduw van de verteller gaan, het deel van de persoonlijkheid waar primitieve, dierlijke instincten huizen maar waar ook creativiteit en inspiratie uit voortkomt (bedenk hoeveel kunstenaars een duidelijke duistere kant hebben!). De samenhang tussen primitieve schepsels (de krokodillen) en primitieve instincten is gemakkelijk te zien.

De ik-persoon vraagt ze om hem als een kind vast te houden, wil dat ze hem meetrekken naar hun wereld, onder water. Dit kan symbool staan voor een (tijdelijk) vluchten naar een schimmig gebied, zij het in herinneringen, drugs wellicht, in de nacht.

Overigens hoorde ik heel vaak “Hold me a little I drown” in plaats van “Hold me under till I drown”. Zou dit bewust zo vaag zijn gezongen? “Hold me a little I drown” suggereert dat de ik-persoon de krokodillen als zijn reddingsboei ziet: in het echte leven gaat hij ten onder aan de pijn, en zijn duistere kant, met de krokodillen als verpersoonlijking daarvan, is zijn redding.

Wat ik alleen niet begrijp, is waarom het om een “swollen crocodile” gaat. Waarom dat “swollen”? Bedoelt Andrews dat de schaduw is gegroeid, gevoed door miskenningen en tekortkomingen? Wie het weet, mag het graag zeggen.

Tell me what you came for
Tell me what you can and what you can’t
Cause honey I might need a while —
Honey I might need a while longer
Only I know I’m better off this way
The water’s still the safest place to stay

Dit couplet lijkt goed aan te sluiten bij de liveversie die ik hierboven aanhaalde, waarbij Andrews niet “there’s no remedy” zingt maar “you’re no remedy”. De moeilijkheden waar de ik-persoon mee moet afrekenen, zijn te groot. Hij kan niet in zee gaan met zijn geliefde, hoewel hij dat het liefst zou willen (immers: “you’re all I’ve ever wanted”). Hij heeft tijd nodig, tijd in die poel waar hij in contact kan komen met zijn duistere kant.

You’re all I’ve ever wanted
There’s no remedy (live: And you’re no remedy)
I feel you when there’s no one else around
Hold me like a child, you swollen crocodile
Hold me under till I drown
Then pull me down, baby.


Kortom, een melancholisch nummer waarin de ik-persoon berust in zijn situatie en met zijn volle verstand kiest voor een vertrek naar de duistere kant. Niet per se een nummer dat je onderweg van een verjaardag en in goede stemming luistert, zou je denken. Maar Swimming with the crocodiles is simpelweg een prachtig nummer, één waarin The Veils (alwéér!) hun unieke talent tonen om gitzwarte teksten om te zetten in wonderschone muziek.


The Veils, “Swimming with the crocodiles”