donderdag 30 oktober 2014

Ronde na ronde na ronde

Op moment van schrijven rijdt Matthias Brändle, een Oostenrijkse wielrenner, al 24:28 minuten lang rondjes op een wielerpiste van 200 meter in het Zwitserse Aigle. Hij wil 100 omwentelingen per minuut maken. Als dit lukt, zal hij een afstand afleggen van 53 kilometer en nog wat. Dat is ruim meer dan de 51.115 meter die Jens Voigt op 18 september van dit jaar noteerde. Als het Brändle lukt een nieuwe te kloppen afstand neer te zetten (daar ziet het nu wel naar uit), zal ook zijn record waarschijnlijk niet lang staan. Hardrijder Bradley Wiggins speelt al langer met het idee het werelduurrecord aan te vallen, en heeft nu gezegd “ergens in 2015” hiervoor zijn fiets uit de schuur te willen halen.

Het is duidelijk: het werelduurrecord draait om cijfers, cijfers, en nog eens cijfers. Tijd, afstand, gemiddelde snelheid, omwentelingen, verzet... Meer dan ooit is de mens een machine, een motor die een uur lang op volle toeren moet draaien. Om vervolgens op harde cijfers afgerekend te worden. Is het voldoende voor een record?

Het eerste wat bij mij opkwam was wat een enorme mentale uitdaging dit moet zijn. Een uur lang zo hard mogelijk fietsen, ronde na ronde na ronde na ronde na ronde en dan nog minstens 260 keer. Vreselijk! Het enige wat je ziet is de zwarte lijn waar je zo dicht mogelijk langs moet rijden. Bochten en korte stukjes rechtuit wisselen zich zo snel af, dat ik na een kwartier duizelig van de fiets zou vallen. De verzuring in je benen wordt per ronde heviger, je moet je aerodynamische houding vasthouden, hoe stram en pijnlijk je bovenlichaam op een gegeven moment ook voelt. De minuten kruipen voorbij: “The longest hour”, noemen ze het ook wel.

Voor de kijker daarentegen is het zeer ontspannend om naar te kijken. Met name het begin is haast meditatief. De renner rijdt zijn rondjes (ronde na ronde na ronde na ronde), af en toe onderbroken door een interviewtje met een fan (“veel vertrouwen in hem”), mecanicien (“de fiets is optimaal afgesteld”), of een reclameblok. Naarmate de tijd vordert wordt het een klein beetje spannender. De prognoses worden naar onderen bijgesteld. De gemiddelde snelheid zwakt wat af. Zal hij het houden?

Het antwoord: ja. Het lukt Brändle het record van “der Jens” Voigt te breken. Met een afstand van 51.850 meter heeft hij ruim 700 meter méér afgelegd dan de 43-jarige Duitser. Toch zeker een verbetering van 1,4%. “Toch net niet de 52-kilometergrens gehaald”, merkt de commentator toonloos op. “Dat zou toch mooier staan, he?”

Echte euforie is er niet; noch bij Brändle, noch bij het publiek. Misschien omdat er geen tegenstander in persoon was — Brändle vocht tegen zichzelf en, meer nog, tegen de cijfers. Misschien ook omdat iedereen zich net iets te goed beseft dat het record waarschijnlijk niet lang zal blijven staan.

Maar wat zou het: aan het einde van de rit mag Brändle zich recordhouder noemen, zal Voigt hier ook echt niet wakker om liggen — zijn afscheid is allang geweest —, heeft de sponsor van Brändles ploeg de nodige publiciteit gehad, en heeft de kijker een uur lang wielrennen kunnen kijken terwijl het wegseizoen al lang en breed voorbij is. Kortom, een avond met enkel winnaars. Eigenlijk geen klap aan.


Matthias Brändle tijdens het werelduurrecord

2 opmerkingen:

  1. Leuk geschreven weer! Kan een conclusie zijn dat verliezers onmisbaar zijn in een (spannende) wedstrijd?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. of: bij een euforische overwinning.

      Verwijderen